Politiek
10.4.2026

Den Haag: Wiz-Art pleit voor modernisering van het cannabisbeleid

Profielfoto van auteur nieuwsartikel
2 min. leestijd

Onze stem in Den Haag: Wiz-Art pleit voor modernisering van het cannabisbeleid

In september 2016 heeft Stichting Wiz-Art een uitgebreide praktijkreactie gestuurd aan de commissie voor Veiligheid en Justitie van de Tweede Kamer over de modernisering van het Nederlandse cannabisbeleid. Lees hier een korte samenvatting, of scroll naar beneden voor de volledige brief.

Waarom? Omdat wij menen dat de bescherming van de gezondheidsbelangen van ruim anderhalf miljoen Nederlandse cannabisconsumenten niet langer genegeerd kan worden.

Van lokale praktijk naar landelijk debat

Als stichting met een gedoogstatus sinds 2001 in Stadskanaal staan wij al meer dan 25 jaar midden in de praktijk van het coffeeshopbeleid. In onze brief hebben wij onze ervaringen gedeeld over onder andere:

  • het belang van goede voorlichting en preventie;
  • het strikt naleven van de AHOJ-GI-criteria;
  • de noodzaak van productcontrole in het belang van de volksgezondheid;
  • de problematische situatie rond de zogenoemde ‘achterdeur’.

Wij hebben benadrukt dat het huidige beleid coffeeshops dwingt om in te kopen via een illegaal circuit, terwijl zij aan de voordeur streng worden gecontroleerd. Die tegenstrijdigheid vergroot gezondheidsrisico’s voor consumenten en houdt onbedoeld criminele structuren in stand.

Volksgezondheid voorop

In onze bijdrage wezen wij onder meer op onderzoek waaruit blijkt dat in een groot deel van de onderzochte cannabis monsters resten van bestrijdingsmiddelen werden aangetroffen. Toch is het coffeeshops niet toegestaan om hun producten vrij te laten testen. Dat is in onze ogen moeilijk te rijmen met het uitgangspunt van volksgezondheid.

Wij hebben daarom gepleit voor:

  • gereguleerde en gecontroleerde teelt;
  • transparantie in de keten van productie tot verkoop;
  • wetenschappelijk onderzoek naar samenstelling en gebruikerservaring;
  • consistent beleid dat zowel rechtszekerheid als maatschappelijke veiligheid bevordert.

Internationale ontwikkelingen

Ook verwezen wij in onze brief naar de adviezen van de Global Commission on Drug Policy, die overheden oproept om cannabisbeleid te baseren op feiten in plaats van ideologie. Landen als Canada hebben inmiddels stappen gezet richting volledige regulering van productie tot verkoop ontwikkelingen die laten zien dat hervorming internationaal bespreekbaar en uitvoerbaar is.

Waarom dit belangrijk is

Voor onze gasten is cannabis geen abstract politiek thema, maar een dagelijkse realiteit, recreatief of medisch. Achter elk beleidsdossier staan echte mensen.

Als stichting met maatschappelijke doelstellingen voelen wij de verantwoordelijkheid om niet alleen in Stadskanaal, maar ook landelijk bij te dragen aan een eerlijker, veiliger en consistenter cannabisbeleid. Dat doen wij op een respectvolle en constructieve manier, in dialoog met overheden, onderzoekers en maatschappelijke partners.

Onze brief aan de commissie was daar een voorbeeld van: een oproep tot politieke moed, gebaseerd op 25 jaar praktijkervaring.

Wij blijven ons inzetten, lokaal én landelijk, voor een beleid waarin volksgezondheid, transparantie en maatschappelijke verantwoordelijkheid centraal staan.

Lees de volledige brief hieronder

Stadskanaal, 12 september 2016

Betreft: Modernisering Cannabisbeleid

Geachte heer Nava en leden van de commissie,

Naar aanleiding van de “position paper cannabisbeleid”(1) van de VNG willen wij bij deze graag, vanuit onze eigen ervaringen in de dagelijkse coffeeshoppraktijk, een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat omtrent modernisering van het cannabisbeleid. 

Het aanzienlijke verschil in gezondheidsrisico’s is in 1976 voor de wetgever reden geweest om de aanpak van hard- of softdrugsgebruik te scheiden en het gebruik van softdrugs te decriminaliseren. In het door het Ministerie van VWS gecoördineerde drugsbeleid heeft het coffeeshopmodel zich in de afgelopen 40 jaar ontwikkeld tot een vertrouwd platform, om o.a. door het geven van relevante voorlichting, het (hard)drugsmisbruik te kunnen beperken en de verkoop van softdrugs via streng gehandhaafde AHOJ-GI criteria te reguleren. De coffeeshopsetting biedt mogelijkheden om binnen de lokale cannabiscultuur het gebruik effectief te monitoren en bij probleemgebruik vroegtijdig te kunnen interveniëren. Een verantwoord beheerde coffeeshop vervult daarmee een waardevolle functie in het sociaal en maatschappelijk verkeer en dient de belangen van de openbare orde.

In 2001 verwierf Stichting Wiz-Art een gedoogstatus van de gemeente Stadskanaal. Sindsdien geeft de stichting op basis van niet-commerciële doelstellingen uitvoering aan het softdrugsbeleid van de gemeente. De stichting beheert de lokale coffeeshop waar voorlichting wordt gegeven over gebruik en risico’s van (soft)drugs en waar, onder strikte voorwaarden, cannabisproducten worden verkocht aan bezoekers uit de regio. Met drugstoerisme of cannabisexport worden wij in Stadskanaal niet of nauwelijks geconfronteerd. De stichting heeft zich de afgelopen jaren ingespannen om de (product)veiligheid en de gezondheidsbelangen van haar klanten centraal te stellen. Daarnaast heeft ze, in samenwerking met bonafide cannabistelers, initiatieven genomen om waar mogelijk aan controlerende instanties duidelijkheid te verschaffen omtrent de inkoop aan de achterdeur. 

Om relevante voorlichting te kunnen verstrekken en de risico’s van het gebruik te kunnen beperken is valide informatie omtrent herkomst en samenstelling van de geleverde cannabis noodzakelijk. In recent onderzoek door het RIVM zijn in 23 van de 25 onderzochte cannabis monsters (restanten van) bestrijdingsmiddelen aangetroffen. Het is ons dan ook een doorn in het oog dat het de gedoogde verkooppunten nog altijd niet is toegestaan om de geleverde cannabis grondig te laten testen op inhoudsstoffen en bestrijdingsmiddelen. De noodzaak van een deugdelijke productcontrole voor de gezondheidsbescherming van honderdduizenden Nederlanders wordt daarmee door de politiek verantwoordelijken ten onrechte genegeerd. 

In tegenstelling tot de strikte regelgeving rondom de cannabisteelt t.b.v. het medicinaal gebruik blijft de wetgever in gebreke om middels consistente wet- en regelgeving ook voor de gedoogde verkooppunten een gecontroleerde teelt mogelijk te maken. Over de vraag hoe de bevoorrading daarvan dan plaats dient te vinden laat het beleid zich tot op heden niet uit. Deze tweeslachtige benadering van het cannabisgebruik lokt de illegale teelt uit. In tegenspraak tot de eigen beleidsdoelstellingen worden hierdoor zowel coffeeshopexploitanten als consumenten in de armen van de georganiseerde criminaliteit gedreven. 

De reden die veelal wordt aangevoerd om initiatieven voor een gereguleerde teelt te blokkeren, is de vermeende strijdigheid daarvan met internationale verdragsverplichtingen.  

Wij stellen vast dat Nederland in de afgelopen 40 jaar consequent heeft vastgehouden aan het principe om in het belang van de volksgezondheid ruimte te houden om in deze niet strafrechtelijk te hoeven handhaven. Die ruimte is onbetwist en wordt internationaal erkend. Als Nederland vasthoudt aan de lijn dat misdaadbestrijding en volksgezondheidsbelangen optimaal worden gediend indien de productie en aanvoer van cannabis, uitsluitend bedoeld voor streng gecontroleerde coffeeshops, wordt gereguleerd, dan is dat volgens ter zake deskundigen ook internationaal verdedigbaar. 

De internationaal gerespecteerde Global Commission on Drug Policy heeft in 2011 (2) en 2014 (3) heldere beleidsadviezen aan overheden uitgebracht omtrent de meest efficiënte benadering van het cannabisgebruik. Mede op basis daarvan heeft o.a. de Canadese regering inmiddels het initiatief genomen om, vanaf productie tot aan het gebruik, een gereguleerde cannabismarkt te initiëren. Dit initiatief kan voor Nederland een voortrekkersrol spelen om in het internationaal overleg een vergelijkbare beleidsaanpassing kenbaar te maken. Een dergelijke (consistente) opstelling zal, in internationaal perspectief, de geloofwaardigheid van het Nederlands scheidingsbeleid naar ons inzien alleen maar versterken.  

De tweede reden die door tegenstanders van een gereguleerd cannabiscircuit regelmatig wordt genoemd, is het geringe effect dat daarvan uit zou gaan op het verminderen van de cannabisteelt bedoeld voor de export. 

De stelling dat 80% van de cannabisteelt bestemd is voor de export is volgens gerenommeerde statistici gebaseerd op wetenschappelijk drijfzand en, mede door het ontbreken van voldoende valide data, niet veel meer dan een slag in de lucht. Dat percentage lijkt vooral bedoeld te zijn om de ongekende inzet van mensen en middelen in de grimmige kruistocht tegen cannabis(teelt) te kunnen  legitimeren. 

Deze redenering gaat daarnaast voorbij aan het feit dat, door het ontbreken van reguliere inkoopmogelijkheden, ook de gedoogde verkooppunten zijn aangewezen op een ongecontroleerd en illegaal inkoopcircuit. Daardoor worden de gezondheidsrisico’s van cannabisgebruik vergroot en worden er jaarlijks vele honderden miljoenen euro’s, noodgedwongen, zwartgewassen aan de achterdeur van coffeeshops. 

De samenloop van (tegenstrijdige) bestuursrechtelijke, strafrechtelijke en fiscale regelgeving heeft het onmogelijk gemaakt om een coffeeshop zonder overtreding te kunnen exploiteren. Fiscale wetgeving verplicht exploitanten om, nota bene zonder facturen, een sluitende inkoopadministratie bij te houden. In strijd met het Nemo- teneturbeginsel worden exploitanten daarmee gedwongen zelf het bewijs van deze (onvermijdbare) overtredingen te verstrekken. Dit kan vervolgens leiden tot het intrekken van vergunningen en/of strafrechtelijke vervolging. Deze dubieuze gang van zaken werkt in de praktijk willekeur in de hand en ondermijnt de geloofwaardigheid van de rechtsorde in dit dossier. 

Vanaf het verschijnen van de cannabisbrief in 2004 worden de beleidslijnen omtrent coffeeshops niet langer door VWS maar met name door het ministerie van Veiligheid en Justitie uitgezet. Verbodshandhaving staat in de “met wortel en tak uitroeien” strategie, die justitie sindsdien voorstaat, centraal. Hierin wordt  geen enkel onderscheid gemaakt tussen de cannabisteelt bestemd voor de illegale (export) markt en de teelt ten behoeve van de gedoogde verkooppunten. In combinatie met de verregaande criminalisering /strafbaarstelling van alle handelingen m.b.t. cannabis, is een verantwoorde bedrijfsvoering voor coffeeshopexploitanten daarmee nagenoeg onmogelijk gemaakt. Een groot aantal coffeeshops zijn in de afgelopen  jaren dan ook gesloten en de overige zijn beland in een moeras van, onveiligheid, tegenstrijdige regelgeving en juridische onduidelijkheden. Buiten symptoombestrijding heeft deze rigide aanpak tot dusverre echter niet geleid tot een aantoonbare vermindering van de teelt of het gebruik van cannabis.  

De door een aantal politieke partijen, veelal op basis van vooroordelen en/of desinformatie, nagestreefde sluiting van coffeeshops staat haaks op de primaire doelstellingen van het scheidingsbeleid. Honderdduizenden Nederlanders die ter ontspanning of zelfmedicatie cannabis gebruiken worden daarmee naar de straathandel gejaagd waar hun veiligheid, gezondheid of de naleving van de AHOJ-GI criteria, geen enkele rol meer spelen. Een dergelijke contraproductieve en stigmatiserende  benadering van cannabisconsumenten dient enkel de (financiële) belangen van de georganiseerde misdaad. Daarmee wordt de Nederlandse samenleving naar ons inzien een slechte dienst bewezen.  

 

In het door de VNG voorgestelde scenario (strenge controle, vanaf productie tot gebruik) zien wij  daarentegen meerdere aanknopingspunten om in constructief overleg tussen coffeeshopexploitant, lokale driehoek en andere belanghebbenden de geldkraan naar het illegale circuit dicht te draaien. In de position paper cannabisbeleid pleit de VNG voor een landelijk programma van samenhangende (wetenschappelijke) experimenten m.b.t. een geregelde cannabisketen als input voor een nieuw beleidskader. De experimenten worden in dit scenario uitgevoerd door gemeenten in samenwerking met private partijen (b.v. coffeeshops). 

Stichting Wiz-Art heeft daartoe, in overleg met gekwalificeerde partijen, een gecontroleerd traject  uitgewerkt om, op basis van degelijk wetenschappelijk onderzoek, cannabisvariëteiten van bekende herkomst en samenstelling in de dagelijkse coffeeshoppraktijk te introduceren en de effecten daarvan nauwkeurig in kaart te brengen. Door het verkrijgen van valide gegevens omtrent de relatie tussen gebruikerservaringen en inhoudsstoffen kan o.a. de voorlichting aanzienlijk worden verbeterd. De resultaten uit dit onderzoek kunnen tevens bijdragen aan het opstellen van richtlijnen voor de gecontroleerde teelt van cannabisvariëteiten met mogelijk minder gezondheidsrisico’s voor de consument. 

In navolging van de VNG roepen wij u op om in het belang van de volksgezondheid en de misdaadbestrijding, de (broodnodige) politieke moed te tonen het voorgestelde regelscenario te ondersteunen en het cannabisbeleid, na 40 jaar van gedogen, grondig te herzien. De noodzaak om d.m.v. consistente wet- en regelgeving de geloofwaardigheid van de rechtsorde in dit slepende dossier te herstellen is mede vanuit de rechterlijke macht herhaaldelijk aangegeven en kan volgens ons niet langer genegeerd worden. Het wetsvoorstel “Wet regulering voor- en achterdeur van coffeeshops” biedt daarvoor een solide blauwdruk. 

Wij vragen u dan ook dit wetsvoorstel te steunen.

Namens het bestuur en medewerkers van de stichting Wiz-Art,